Gepost op

10 misvattingen omtrent de AED

Er bestaan een heleboel misvattingen omtrent de aard, de functie en het gebruik van de AED. Hier zetten we 10 van deze misvattingen op een rij:

  1. Een AED geeft automatische hartmassages:
    FOUT! Een AED is helemaal geen hartmassageapparaat. Het dient naast de hartmassage – niet tegelijkertijd maar afwisselend – een elektrische schok toe. Die heeft als doel het stopzetten van het hartritme door het ontladen van het hartspierweefsel. Hierdoor kan de sinusknoop de controle over het hartritme terugkrijgen, hetgeen het hartritme kan stabiliseren.
  2. Een AED brengt flauwgevallen personen weer bij bewustzijn:
    FOUT! Een AED mag enkel worden gebruikt bij personen met een circulatiestilstand. Wanneer dit het gevolg is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie zal de microprocessor van het toestel een schok toedienen om het hart te defibrilleren. Het toestel mag wel enkel gebruikt worden wanneer de patiënt niet bij bewustzijn is en ook geen normale ademhaling heeft.
  3. Met een AED in de buurt, hoef je geen hulpdiensten meer te bellen:
    FOUT! De hulpdiensten bellen is nog steeds het eerste wat je moet doen als je merkt dat iemand een circulatiestilstand krijgt. Intussen kan je door het gebruik van het toestel de overlevingskansen van de persoon wel enorm verhogen.
  4. Je gebruikt best een AED terwijl je hartmassage toepast:
    FOUT! Bij het toedienen van een elektrische schok met een AED moet de hartmassage worden stopgezet en moet een veilige afstand worden gehouden ten opzichte van de behandelde persoon.
  5. Een automatische defibrillator is beter dan een semi-automatische:
    FOUT! Een automatisch type is doorgaans gemakkelijker in gebruik maar een semi-automatisch toestel kan sneller schokken toedienen. Ze hebben dus allebei hun voor- en nadelen en dus ook hun voor- en tegenstanders.
  6. Een AED geeft altijd een elektrische schok:
    FOUT! Een AED bestaat onder meer uit een microprocessor en elektroden. Deze elektroden verzamelen informatie over het hartritme van de behandelde persoon. Die informatie wordt door de microprocessor geïnterpreteerd. Slechts als er sprake is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie, adviseert de microprocessor een schok om het hart te defibrilleren.
  7. Bij een circulatiestilstand moet je meteen een elektrische schok toedienen:
    FOUT! Eerst moet je onmiddellijk de hulpdiensten verwittigen. Terwijl je daarop wacht, zet je zo snel mogelijk Basic Life Support in. Pas dan maak je zo snel mogelijk gebruik van een defibrillator. Zodra de hulpdiensten gearriveerd zijn, kan worden overgeschakeld op Advanced Life Support en luister je aandachtig naar de instructies van de hulpverleners als je je steentje wilt bijdragen.
  8. Een AED is zo eenvoudig in gebruik dat een kind het mag bedienen:
    FOUT! Veel recente toestellen zijn zo eenvoudig dat ook een niet-opgeleide leek-hulpverlener het toestel kan gebruiken, maar het is zeker niet de bedoeling dat het toestel door kinderen wordt bediend of zich binnen hun bereik bevindt. Het volgen van een opleiding wordt tevens nog steeds aangeraden.
  9. Je moet altijd een AED in je tas hebben klaarzitten:
    FOUT! Het is zeker niet nodig om een automatische externe defibrillator aan te schaffen om deze overal mee te nemen maar het kan wel levens redden wanneer een dergelijk toestel aanwezig is op een aantal openbare plaatsen. Een AED in een metrostation, een bibliotheek, een museum, een pretpark, zoo of andere openbare plaatsen waar zich meestal veel mensen bevinden, is dus wel een goed idee!
  10. Iedereen kan elke soort defibrillator bedienen:
    FOUT! Voor niet-professioneel gebruik zijn enkel de toestellen categorie 1 geschikt. Deze kunnen enkel volautomatisch of semi-automatisch worden gebruikt (met of zonder schokbevestigingstoets). De manuele modus kan door leek-hulpverleners niet worden gebruikt.